Teach Lessen met laboratoria op afstand

Teach-les

Op welke helling komt de bal eerder aan?

Vergelijk twee hellingshoeken met een echte bal en dezelfde eindsensor.

  • Kinematica
  • 15 min
  • Bovenbouw basisschool, 9–12 jaar
  • nl
  • Physics

Log in met een docentenaccount om een klassikale sessie voor te bereiden. Leerlingen doen mee met een klascode.

Twee aanzichten van dezelfde helling: één onder 20 graden en een steilere onder 30 graden. Beide tonen de bal bij het begin en de laatste sensor op 56 centimeter langs de helling.
Kinematica · Labgegevens

Leerdoelen

  • Bij twee hellingshoeken de reistijd van de bal bij dezelfde sensor aflezen.

  • Met de twee tijden bepalen bij welke proef de bal die sensor eerder bereikte.

  • Herkennen dat de hoek verandert en de eindsensor dezelfde blijft.

Voorvertoning van de leerlingactiviteit

Inhoud van de activiteit

Alleen voorvertoning. In een klassikale sessie kunnen leerlingen antwoorden invullen en hun werk bij de docent inleveren.

1

1 · Twee hellingen, één eindpunt

3 min

Stel je voor dat een bal van een helling rolt. Zou hij eerder bij het einde komen als je één kant hoger zet?

We gebruiken een echte helling in het lab voor kinematica. Kies 20° en daarna 30° en bekijk telkens een opgenomen proef met de bal. De helling van 30° is steiler. We vergelijken de proeven één voor één, met dezelfde laatste sensor op 56 cm.

Twee aanzichten van dezelfde helling: één onder 20 graden en een steilere onder 30 graden. Beide tonen de bal bij het begin en de laatste sensor op 56 centimeter langs de helling.

Verander de hellingshoek. Houd hetzelfde beginpunt en dezelfde eindsensor.

Vertel je voorspelling aan je partner: doet de bal er bij 20° of bij 30° minder lang over, of duurt het ongeveer even lang? Dit is een voorspelling; je hoeft het goede antwoord nog niet te weten.

2

2 · Lees twee tijden af

8 min

Werk in tweetallen. Eén persoon bedient het lab, de ander zoekt het resultaat. Wissel van rol bij de tweede proef.

De sensoren meten de tijd voor jullie. ms betekent milliseconden: heel kleine delen van een seconde. Neem het getal over dat het lab toont; een stopwatch of omrekening is niet nodig.

  1. Open het lab voor kinematica. Stel de hoek in op 20° en kies Start experiment now om de proef te starten.

  2. Kijk hoe de bal rolt. Controleer bij de resultaten onder Drop results of de hoek 20° is.

  3. Zoek 56 in de rij d (cm). Neem het getal er recht onder over uit t (ms): dit is de tijd tot de laatste sensor. Schrijf het op papier naast 20°.

  4. Kies Restart experiment om opnieuw te beginnen. Stel 30° in, kies Start experiment now en bekijk de tweede proef.

  5. Controleer of de hoek bij de resultaten 30° is. Neem opnieuw de waarde van t (ms) recht onder 56 over, naast 30°.

  6. Ga terug naar deze activiteit. Markeer de labopdracht als afgerond nadat je beide hoeken hebt gebruikt en vul hieronder je twee tijden in.

Tijd bij 20°

Welke tijd gaf het lab bij 20° aan op 56 cm?

Tijd bij 30°

Welke tijd gaf het lab bij 30° aan op 56 cm?

3

3 · Laat de getallen beslissen

4 min

Beide tijden horen bij dezelfde eindsensor. Een kleinere tijd betekent dat de bal die eerder bereikte.

Jouw conclusie

Welke conclusie past bij de twee tijden die jij hebt genoteerd?

Wijs naar je getallen en vertel je partner: ‘Mijn bewijs is…’ Is je voorspelling daardoor veranderd? Lever daarna je antwoorden in.

Extra: waarom is het geen eerlijke vergelijking als je de tijd bij 16 cm uit de ene proef vergelijkt met die bij 56 cm uit de andere? Leg het hardop uit.

Maak van deze voorvertoning een klassikale sessie

Ga door naar LabsLand Teach om deze les met leerlingen te gebruiken en de toegang van je account te bekijken.