Teach Lessen met laboratoria op afstand

Teach-les

Gaat de bal steeds sneller?

Gebruik drie sensorwaarden uit één proef op de helling om de tijd over twee gelijke afstanden te vergelijken.

  • Kinematica
  • 20 min
  • Onderbouw voortgezet onderwijs, 12–15 jaar
  • nl
  • Physics

Log in met een docentenaccount om een klassikale sessie voor te bereiden. Leerlingen doen mee met een klascode.

Afstandskaart langs de baan. De sensoren staan op gelijke onderlinge afstanden bij 6, 16, 26, 36, 46 en 56 cm. De gekozen stukken 16–36 cm en 36–56 cm zijn allebei 20 cm lang. Een pijl toont dat de bal naar grotere afstanden beweegt.
Kinematica · Labgegevens

Leerdoelen

  • Onderscheiden tussen de verstreken tijd tot een sensor en de reistijd tussen twee sensoren.

  • Twee verstreken tijden van elkaar aftrekken om de tijd over een baanstuk te vinden.

  • Tijden over gelijke afstanden gebruiken om de gemiddelde snelheid van de bal te vergelijken.

Voorvertoning van de leerlingactiviteit

Inhoud van de activiteit

Alleen voorvertoning. In een klassikale sessie kunnen leerlingen antwoorden invullen en hun werk bij de docent inleveren.

1

1 · Twee even lange stukken

4 min

Een bal rolt van een helling. Misschien beweegt hij te snel om met je ogen te beoordelen hoe zijn snelheid verandert. Sensoren helpen: elke sensor registreert wanneer de bal er aankomt.

Legt de bal later in zijn rit 20 cm in minder tijd af?

We kiezen een helling van 20° in het lab op afstand en bekijken een opname van een echt experiment. Vergelijk het stuk van 16 tot 36 cm met het stuk van 36 tot 56 cm. Beide zijn 20 cm lang.

Onze twee stukken

Afstandskaart langs de baan. De sensoren staan op gelijke onderlinge afstanden bij 6, 16, 26, 36, 46 en 56 cm. De gekozen stukken 16–36 cm en 36–56 cm zijn allebei 20 cm lang. Een pijl toont dat de bal naar grotere afstanden beweegt.

Het schema toont de afstanden langs de baan, recht uitgetekend. De grote cirkels markeren de drie waarden die we nodig hebben; de kleine cirkels zijn de andere sensoren.

Vertel je voorspelling aan je partner: kost het latere stuk minder tijd, meer tijd of ongeveer evenveel tijd? Bewaar je eerste idee totdat je de waarden ziet.

2

2 · Verzamel drie waarden

8 min

De rij t (ms) van het lab toont de verstreken tijd: de tijd geteld vanaf het begin tot elke sensor. De klok begint niet opnieuw bij elke sensor. Eén milliseconde (ms) is een duizendste seconde; houd alle waarden in ms.

Open het lab voor het hellend vlak

  1. Open het lab vanuit deze activiteit. Vul 20 in bij de hoek en druk op Tab. Controleer vóór het starten of er 20° staat.

  2. Kies Start experiment now om de proef te starten. Kijk hoe de helling in positie komt en de bal langs de sensoren rolt.

  3. Wacht op Drop results, de resultaten. Controleer of de aangegeven hoek 20° is.

  4. Zoek 16, 36 en 56 in de rij d (cm). Neem het getal in t (ms) recht onder elk daarvan over in de tabel hier. Gebruik alle drie de waarden uit deze ene proef.

  5. Ga na het gebruik van het lab terug naar deze activiteit en markeer de labopdracht als afgerond. Bewaar je drie waarden voor de volgende stap.

Vul hieronder alleen de drie rijen met een aangegeven positie in. Neem de verstreken tijden over voordat je iets aftrekt. Laat extra rijen leeg.

Verstreken tijden uit één proef bij 20°

Neem drie getallen over uit de rij t (ms) van het lab: één onder 16 cm, één onder 36 cm en één onder 56 cm. Gebruik één proef. De posities zijn al ingevuld; laat eventuele extra rijen leeg.

Sensorpositie Verstreken tijd ms
3

3 · Bereken de tijd over elk stuk

8 min

Een latere klokwaarde bevat ook de tijd vóór dat stuk. Trek de waarde aan het begin af van die aan het einde.

Een bus passeert bijvoorbeeld een halte 8 minuten na vertrek van het station en de volgende halte na 13 minuten. De rit tussen die haltes duurt 13 − 8 = 5 minuten.

Gebruik hetzelfde idee bij jouw waarden. Je mag een rekenmachine gebruiken.

Eerste stuk van 20 cm: 16 → 36 cm

Hoelang deed de bal over 16 tot 36 cm? Vul in: jouw waarde bij 36 cm − jouw waarde bij 16 cm.

Tweede stuk van 20 cm: 36 → 56 cm

Hoelang deed de bal over 36 tot 56 cm? Vul in: jouw waarde bij 56 cm − jouw waarde bij 36 cm.

Bij gelijke afstanden betekent minder tijd een hogere gemiddelde snelheid over dat stuk.

Wat laten je twee berekende tijden zien?

Vergelijk de twee tijden die je hebt berekend. Welke conclusie past erbij?

Vertel je partner: ‘Beide stukken zijn 20 cm. Het eerste duurde ___ ms en het latere ___ ms, dus…’ Kijk daarna terug naar je voorspelling. Controleer je tabel en antwoorden en lever de activiteit in.

Maak van deze voorvertoning een klassikale sessie

Ga door naar LabsLand Teach om deze les met leerlingen te gebruiken en de toegang van je account te bekijken.